Down Syndroom |
|
In onze praktijk worden veel jonge kinderen met het syndroom van Down behandeld. Hierbij wordt gewerkt volgens de richtlijnen voor de logopedische behandeling van jonge kinderen met het syndroom van Down van 0-4 jaar. Deze richtlijnen zijn opgesteld door de werkgroep VBVC (Vroegbegeleiding Voeding en Communicatie) te Assen, waarvan Nienke Havinga (preverbaal therapeut) deel uit maakt. Naast het werken in de praktijk heeft zij eens per maand zitting als logopedist in het Down Syndroom team in Meppel. Het heeft sterke voorkeur de logopedische behandelingen bij jonge kinderen met het syndroom van Down in de eigen omgeving van het kind te laten plaatsvinden, bij voorkeur door een gespecialiseerde logopedist die ervaring heeft met kinderen met het syndroom van Down. De logopedist houdt rekening met de mogelijkheden, de beperkingen en de gezondheid van het kind. Mondmotoriek, eten en drinken, gebitsverzorging, gehoor, luisteren en auditieve vaardigheden en het stimuleren van de communicatieve vaardigheden, zijn zaken die daarbij aan de orde komen. Het eerste jaar wordt vooral de ontwikkeling van het drinken en eten gevolgd. Bij een kind met Down Syndroom is het belangrijk om de mondmotoriek zo goed als mogelijk te laten ontwikkelen, in verband met het spreken later. Indien nodig kunnen we hulp bieden met bijvoorbeeld het overstappen naar het eten van een lepel, stukjes eten en het stimuleren van het kauwen. Ook het drinken uit een rietje en beker staan op het programma. Ook is er aandacht voor de gebitsverzorging. Aandacht voor het gehoor, het luisteren en het stimuleren van de auditieve vaardigheden is eveneens belangrijk in de logopedische begeleiding. Ook al zijn er niet direct klachten het is van groot belang om het gehoor regelmatig te controleren, door KNO-arts en/of op een Audiologisch Centrum. Zo optimaal mogelijk horen is van belang voor de spraak/taalontwikkeling. Naarmate de communicatieve vaardigheden beter worden, wordt het stimuleren van de auditieve vaardigheden meegenomen in de spraak- en/of taalbehandeling. Hierbij wordt aandacht besteed aan het stimuleren van het auditieve korte termijn geheugen, de aandachtsboog, de concentratie en de luisterhouding. Wanneer het kind ouder wordt, verschuift in de meeste gevallende de hulpvraag steeds meer richting van het stimuleren van de communicatieve vaardigheden. Zo zal er aandacht zijn voor de voorwaarden om tot spraak-taalontwikkeling te komen. Tijdens het samen spelen zullen aandacht hebben, oogcontact, beurtgedrag en imitatie gestimuleerd worden. Veelal wordt hierbij aanvankelijk gebruik gemaakt van van ondersteunende communicatiemiddelen zoals voorwerpen, foto’s, plaatjes, picto’s of gebaren. Dit wordt Totale Communicatie genoemd, hetgeen onze basishouding is bij kinderen met het syndroom van Down. Wanneer de taalontwikkeling op gang komt, begeleidt de logopedist de uitbreiding van de passieve en actieve woordenschat, de functies van communicatie, de uitspraak, de mondmotorische vaardigheden, de begrippen en de zinsvorming. |
